Zonder respect geen voetbal
Home » het spel » initiatief » schieten » F-pupillen

F-pupillen


Het voetballeerproces kun je vergelijken met het leren lezen en schrijven op de basisschool. Op de basisschool leer je eerst het alfabet voordat je woordjes leert schrijven. Bij het voetbal leer je eerst de technische vaardigheden die je nodig hebt om te voetballen. Voordat je toe bent aan het 'overspelen' van de bal, moet je 'm eerst leren trappen en aannemen. Een belangrijk onderdeel van het voetbal-ABC is de traptechniek met de binnenkant van de voet. Oefening 1 is een goede oefening om deze techniek op een speelse manier te trainen. Oefeningen 2 en 3 zijn bedoeld voor het trappen van de bal met de wreef: (2) voor een lage bal en (3) voor een hoge bal. Voor technische aanwijzingen over de traptechniek: zie het onderdeel techniek/traptechnieken. 


 oefening 1                               binnenkant voet


Bij de volgende oefening, bedoeld voor spelers die de binnenkant voet trap al een beetje beheersen, stelt de helft van de spelers zich op zo'n 20 meter voor het pupillendoel, elk met een bal. De keeper staat in het doel. De overige spelers stellen zich op in tegengestelde richting voor twee kleine doeltjes die links staan van de spelers die voor het pupillendoel klaar staan. De bedoeling is dat de twee groepen tegelijkertijd de oefening uitvoeren en zodra een speler op het doel of de twee kleine doeltjes heeft geschoten, hij aansluit bij de andere groep. Zo ontstaat er een vloeiend verlopende oefening, waarbij spelers nauwelijks hoeven te wachten, voordat ze weer in actie kunnen komen. De spelers die voor het pupillendoel staan, trappen de bal met de binnenkant van de voet in de voeten van de trainer die ongeveer 8 meter voor het doeltje staat. De trainer legt de bal stil met de voet. De speler komt inlopen en trapt de bal met de binnenkant van de voet over de grond in de linker of rechter hoek van het doel. Als het trappen technisch goed gaat, kan de trainer het iets moeilijker maken door tijdens de aanloop van de speler 'links' of 'rechts' te roepen. Spelers van de andere groep dribbelen om beurten tot 10 meter van de kleine doeltjes (tussen twee pilonnen die daar staan) en krijgen kort voordat zij de bal met de binnenkant gaan trappen van de (andere) trainer te horen of zij 'links' of 'rechts' moeten trappen, d.w.z. in het linker of in het rechter doeltje. Trainer 2 staat opgesteld achter de twee kleine doeltjes om ballen die naast gaan te onderscheppen. 


oefening 2                               wreef lage bal


 Nog geen tekst beschikbaar.


oefening 3                               wreef hoge bal


 Nog geen tekst beschikbaar.